Persberichten 2002 |
| |
7 augustus 2002
"Rechtsbescherming burger tegen overheid verdwenen"
Hoogleraar staats- en bestuursrecht Tak:
Het systeem van rechtsbescherming van de burger tegen de overheid heeft alarmerende vormen aangenomen. Er is sprake van een formulierencontrole waarbij het belang van de burger die bezwaar of beroep heeft aangetekend, volledig naar de achtergrond is verdwenen. Deze formalistische benadering lijkt meer op een spelletje "tikkertje af" dan dat er daadwerkelijk wordt gewaakt over individuele rechtsposities van burgers tegen overheidsbestuurders. De schuld hiervoor ligt vooral bij de Algemene wet bestuursrecht en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als (mede) hoogste bestuursrechter.
Prof.mr. A.Q.C. Tak trekt die conclusie in een lijvige studie naar het Nederlandse bestuursprocesrecht, waarvan de resultaten deze week in twee delen verschijnen bij uitgeverij Sdu. Tak is als hoogleraar staats- en bestuursrecht verbonden aan de Universiteit Maastricht (UM). Hij is daarnaast al tientallen jaren (plaatsvervangend) raadsheer in de Centrale Raad van Beroep te Utrecht en raadsman van het professionele bureau Bestuursjuridische Advisering te Meerssen. Prof. Tak heeft een naam opgebouwd als expert op het terrein van privaatrechtelijk handelen van de overheid en hij is kenner bij uitstek van het bestuursprocesrecht. Hij staat met name bekend als de grondlegger van de "Maastrichtse School", die zich kenmerkt door een kritische bewaking van overheidsbevoegdheden.
Prof. Tak constateert dat de mogelijkheden zijn toegenomen om burgers een uitspraak te onthouden wanneer ze in bezwaar of beroep procedurefouten hebben gemaakt. "Als men er al in slaagt deze dodelijke ontvankelijkheidsvalkuilen te vermijden, moet men bedacht zijn op een volledig respecteren door de rechters van alle bestuurlijke oordelen en keuzes. Alleen bij onmiskenbare inbreuken op de wet kan nog worden gerekend op enig succes." Maar zelfs in zulke gevallen is volgens prof. Tak bijna altijd sprake van een Pyrrhus-overwinning. "Wat volgt is slechts een formele vernietiging, waarna het bestuur een nieuw besluit mag nemen, dat in vele gevallen inhoudelijk gewoon hetzelfde is en dat dan wel door de rechters wordt geaccepteerd. Van een daadwerkelijke vaststelling en bescherming van de rechtspositie van de eiser is - buiten die gevallen waarin de wet gewoon de uitslag dicteert, zoals bij belastingen en uitkeringen - vrijwel nooit sprake."
De kritiek van prof. Tak richt zich vooral op de Raad van State, waarvan de afdeling bestuursrechtspraak in hoogste ressort oordeelt over de meeste bestuursrechtelijke aangelegenheden. "Deze instantie is primair een adviseur van de overheid. Voor de benoeming van de leden van de Raad van State inclusief de afdeling Bestuursrechtspraak blijkt zelfs een juridische opleiding niet nodig. Zij bekijken de hen voorgelegde zaken puur met een bestuurlijk oog." Volgens Tak kan de uitslag van iedere procedure dan ook worden voorspeld aan de hand van twee maatstaven: 1. bevestiging van de gevestigde orde en 2. het vermijden van iedere eigen verantwoordelijkheid door de rechter.
Terug naar Persberichten
|